lumbale fusie

lumbale fusie

Inleiding

De lendenwervelzuil bestaat uit een keten van wervels, telkens met vooraan een wervellichaam, daarachter het ruggenmergkanaal en helemaal achteraan de wervelbogen. Tussen de wervellichamen bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Deze bestaat uit een rubberachtige ring met in het midden ervan een geleiachtige substantie. Het geheel werkt als een veersysteem. De rubberachtige ring heeft ook een stevige vasthechting aan de wervels boven en onder, zodat de bewegingen tussen deze twee wervels kan worden gecontroleerd. Achteraan wordt de verbinding tussen de wervels uitgemaakt door een klein gewricht dat links en rechts zit en de klassieke vorm van een gewricht vertoont met kraakbeen, een gewrichtskapsel, etc.

De fusie

Een fusie (spondylodese) is een rugoperatie waarbij wervels aan elkaar worden vastgemaakt met de bedoeling dat deze wervels nadien definitief aan elkaar vastgroeien. Hierbij kan het gaan om het vastzetten van 2 of meerdere wervels.
De redenen die aanleiding geven tot deze operatie zijn zeer uiteenlopend:

  • slijtage aan de tussenwervelschijf en/of de gewrichtjes tussen de wervels
  • discushernia
  • vernauwen van het zenuwkanaal
  • breuken
  • aangeboren afwijkingen aan de wervelzuil
  • verschuiving van één of meerdere wervels
  • tumoren
  • etc

Doordat bij deze operatie de wervels aan elkaar worden vastgemaakt, kunnen ze nadien uiteraard niet meer bewegen. Wervels bewegen ten opzichte van elkaar doordat er tussen de 2 wervellichamen een tussenwervelschijf zit vooraan, en links en rechts een facetgewrichtje achteraan. De verstijving kan bereikt worden ofwel door de tussenwervelschijf weg te nemen en te vervangen door bot en alzo de wervels aan elkaar te laten groeien.

Er bestaan verschillende technieken:

  • “Posterieure” fusie: Hierbij wordt de wervelzuil langs achter benaderd, door een insnede in de rug.
  • “Anterieure” fusie : Hierbij zal men de werverzuil langs voor benaderen, dat wil zeggen via een insnede in de buik.
  • Gecombineerde “anterieure” en “posterieure” fusie: Hierbij worden de beide technieken gecombineerd.

Het vastmaken van de wervels aan elkaar is bedoeld om symptomen zoals pijn te bestrijden en in sommige gevallen ook om de chirurg in staat te stellen het ruggenmerg en de zenuwwortels te kunnen vrijmaken zonder de stevigheid van de wervelzuil te verminderen. De pijn wordt meestal veroorzaakt door de verbinding tussen de wervels (discus en/of de facetgewrichten). Die verbinding kan ziek zijn (bv. bij slijtage) of misvormd. Het vastzetten van deze segmenten laat toe de zieke gewrichten te verwijderen, zodat ze geen pijn meer kunnen veroorzaken of op de zenuwstructuren kunnen drukken.

Uiteraard betekent het vastmaken van wervels in eerste instantie een verlies aan beweeglijkheid. Wanneer het slechts gaat om één of twee segmenten wordt dit verlies echter meestal gecompenseerd door de winst aan beweeglijkheid van de rug in zijn geheel door het wegvallen van de pijn na de operatie. Het is inderdaad zo dat de meeste van deze zieke schakels al lang niet meer bewogen vóór de operatie door de pijn en de verkramping die ze veroorzaken.

Waarom geen prothese?

U heeft misschien reeds gehoord over een andere soort operatie waarbij een prothese wordt geplaatst. De bedoeling van een prothese is om de beweeglijkheid tussen 2 wervels te behouden of te herstellen. Het doel van deze ingreep staat dus lijnrecht tegenover het doel van een fusie. Patiënten die met een prothese kunnen geholpen worden hebben meestal ook totaal andere klachten dan mensen die voor een fusie in aanmerking komen. Uw geneesheer heeft voor uw specifieke situatie een fusie voorgesteld. Mocht u hierover echter nog vragen of onzekerheden hebben, aarzel dan niet de arts hierover aan te spreken.

Voorbereiding op de operatie

De patiënt wordt voor de operatie onderzocht voor mogelijke tegenaanwijzingen of risico’s. Allergieën, bepaalde problemen met vroegere verdovingen, algemene ziekten of vroegere operaties kunnen hierbij een rol spelen en moeten dus zeker aan de dokter vermeld worden, vooral ook aan de anesthesist die de leiding van de verdoving op zich zal nemen. Een aantal technische onderzoeken zoals een bloedafname, radiografie van de borstkas en een filmpje van het hart (EKG) kunnen vooraf nodig zijn. Alle ingenomen medicatie moet worden vermeld op voorhand, omdat sommige van deze medicamenten speciale maatregelen vereisen voor de operatie of de verdoving. Bloedverdunners moeten in principe gestopt worden vóór een rugoperatie. De operatie gebeurt onder algemene verdoving. De specifieke problemen die hiermee kunnen gepaard gaan worden vóór de ingreep met de anesthesist besproken.

Ingreep

Fusie langs de achterzijde (posterieure fusie). De meeste fusies worden langs de achterzijde uitgevoerd omdat geknelde zenuwen enkel langs deze weg kunnen worden vrijgemaakt. De patiënt wordt dan op zijn buikzijde geïnstalleerd op een speciaal kussen. Er wordt een insnede gemaakt in het midden van de rug, ter hoogte van de wervels die men wil benaderen. De wervelbogen en wervelgewrichtjes worden vrij gelegd en waar nodig worden het ruggenmergzak en de uittredende zenuwwortels vrij gelegd. Verder kan langsheen het ruggenmerg en de zenuwen ook de tussenwervelschijf die vooraan tussen de wervels zit, worden benaderd en eventueel verwijderd.

Vervolgens zal die lege werveltussenruimte dan worden opgevuld door steunblokjes (een ‘kooi’ in koolstof) en stukjes bot om de beide wervels na de operatie aan elkaar te laten groeien. De stukjes bot komen ofwel uit de bekkenkam van de patiënt (meestal bereikbaar via dezelfde insnede), ofwel wordt het bot terug gebruikt dat werd verwijderd bij het openen van de achterste bogen. De kooien kan je niet zien op de foto’s die achteraf worden genomen, maar de botvorming die optreedt ìn de kooien is wèl zichtbaar.

Om de wervels de kans te geven na de operatie aan elkaar te groeien, worden ze vastgemaakt met schroeven en staven (van titanium) die, zoals bij een beenbreuk, de segmenten tegen elkaar zullen houden tot de genezing is bereikt (meestal na ongeveer 4 tot 6 maanden). Met de schroeven is het mogelijk om de wervels stevig aan te haken waardoor een verschoven wervel terug op zijn oorspronkelijke positie kan gebracht worden (zie figuur) en de anatomie kan hersteld worden. Aan het einde van de operatie wordt meestal een buisje in de wonde gelegd om gedurende de eerste 24 uur na de ingreep eventueel resterend bloed af te zuigen.

De wonde wordt gesloten en de patiënt wordt op zijn rug in bed gelegd.

Fusie langs de voorzijde (anterieure fusie)

Men kan de wervelzuil ook langs de voorzijde benaderen, dwz  langs de buik, met de patiënt in ruglig. De arts zal dan de lendenwervels dan bereiken door een toegangsweg tussen de buikspieren. De a tussenwervelschijf in kwestie wordt verwijderd. In de lege ruimte wordt meestal een kooi van koolstof geplaatst die het gewicht van de patiënt kan dragen. Ook hierdoor kan de wervel terug op de oorspronkelijke hoogte gebracht worden (zie figuur) maar verschuivingen kunnen hierdoor minder goed gereduceerd worden dan via een posterieure toegangsweg.
De kooi wordt opgevuld met botstukjes, net zoals beschreven bij de fusie via de achterzijde. De botstukjes worden uit de bekkenkam genomen via een extra insnede van ongeveer 5 cm. In sommige gevallen zal dan nog een versteviging worden aangebracht met bijvoorbeeld schroeven en platen. Na enkele maanden kan de botvorming op een  foto (RX of CT-scan) vastgesteld worden (zie figuur). De buikholte wordt gesloten met achterlaten van een zuigbuisje voor het afvoeren van bloed.

Na de operatie

  • Na 1 à 2 uur in de ontwaakzaal gaat de patiënt terug naar zijn kamer op de hospitalisatieafdeling van Orthopedie.
  • In het begin zal een infuus noodzakelijk zijn, evenals een blaassonde om de urine af te voeren.
  • Na de operatie zal vooral rugpijn optreden waarvoor pijnstillers worden toegediend. De eerste 24u kan ook misselijkheid optreden en kan geen normale maaltijd genomen worden door vertraging van de normale darmbeweging.
  • De patiënt zal de eerste dag na de operatie een kwartier rechtzitten, nadat het buisje uit de operatiewonde werd verwijderd.
  • Na de ingreep is de pijn in het been soms meteen weg, maar lang niet altijd. In de rug is er altijd wat pijn tengevolge van de operatie, vooral de eerste paar dagen. Hiervoor zullen pijnstillers worden toegediend. De patiënt zal meestal één of twee dagen in bed moeten blijven. Het buisje in de operatiewonde zal na één dag worden verwijderd. Meestal wordt tijdens de ingreep een urinesonde geplaatst voor 24 tot maximum 48u. Zodra de sonde verwijderd is, kan de patiënt uit bed komen en beginnen stappen. Hierbij wordt een korset gedragen om de rugspieren te ontlasten.
  • Wanneer na de operatie de patiënt in staat is een volledige gang in het ziekenhuis op en af te stappen en een trap te bestijgen/af te dalen, mag hij/zij naar huis (meestal is dit na 3 tot 5 dagen).

De snelheid van het herstel zal natuurlijk afhangen van de ernst en de duur van de aandoening. Langdurig bestaande pijnen of langdurig bestaande uitvalsverschijnselen genezen meestal veel trager en het herstel van zenuwen kan vele maanden tot zelfs een jaar duren. De uitstralingsklachten in de benen (pijn, krachtsvermindering of gevoelsverandering) herstellen al naargelang de ernst van het zenuwletsel sneller of trager en al dan niet volledig.
In ieder geval zal de eerste drie maanden nà de ingreep de activiteit strikt beperkt worden. Het zal de patiënt tijdens die eerste drie maanden verboden zijn een voorovergebogen staande houding aan te nemen en voorwerpen onder het niveau van de gordel op te rapen. Dit houdt in dat de meeste dagelijkse bezigheden onmogelijk zijn. Na deze periode zal geleidelijk aan het activiteitsniveau worden verhoogd. Meestal is na een zestal maanden een volledig normale activiteit toegestaan. Het is daarbij normaal dat de eerste weken tot maanden af en toe een pijnstiller nodig is.

De meeste mensen worden volledig klachtenvrij, maar sommigen behouden een gewoonlijk goed verdraagbare ruglast (snellere vermoeidheid, last bij extreme bewegingen, last bij tillen van zware voorwerpen). In ieder geval zal de rug levenslang moeten beschermd worden tegen snel evoluerende slijtage, door het zo goed mogelijk onderhouden van de rompspieren. Het is belangrijk dat ook na de rugoperatie het meest rugbelastende werk wordt vermeden, zelfs wanneer de operatie perfect geslaagd is.

Opvolging na de operatie

Na de ingreep zal u door uw huisarts èn door uw specialist gevolgd worden. Een controle raadpleging bij de specialist wordt meestal voorzien na 6 weken, na 3 maanden, na 6 maanden en na 1 jaar. Telkens zal men een nieuwe radiografie nemen. In geval van krachtsverlies in de benen zal u ook kinesitherapie krijgen om het herstel te versnellen.

Mogelijke verwikkelingen

Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico’s en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico’s tot een minimum te herleiden.

  • Infectie: Zoals na elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terechtkomen en een infectie veroorzaken. Indien de infectie zich in de diepte (ter hoogte van de wervels) bevindt zal bijna zeker het aaneengroeien van de wervels grondig worden verstoord. Er is dan meestal een tweede ingreep en een langdurig verblijf (enkele weken tot meerdere maanden) in het ziekenhuis nodig. Een meer oppervlakkige infectie kan wondproblemen met zich meebrengen, doch dit kan op enkele dagen tot weken opgelost worden. Om een infectie zo veel mogelijk te voorkomen krijgt nagenoeg iedere patiënt de eerste dag van de ingreep antibiotica via een infuus (een baxter).
  • Niet-aaneengroeien van de behandeld wervels: Wanneer de behandelde wervels na een zekere tijd niet aan elkaar blijken te groeien, bestaat er een grote kans dat de patiënt opnieuw meer pijn ontwikkelt. In sommige gevallen kan dan een nieuwe operatie nodig zijn om te proberen de wervels alsnog te laten vastgroeien.
  • Tijdelijke zenuwuitval: Tijdens de operatie dient de chirurg het ruggenmerg en de zenuwen te manipuleren. Dit kan leiden tot een tijdelijke zenuwuitval met als gevolg een verminderde kracht in de benen. Deze zenuwuitval kan enkele dagen tot meerdere maanden duren.
  • Nabloeding: Soms treedt er een nabloeding op. In dit geval kan het bloed zich in de wonde opstapelen en een druk op het ruggenmerg gaan veroorzaken. Het is dan noodzakelijk de wonde terug open te maken.
    Meestal treedt deze verwikkeling op de eerste 48u. Hierdoor kan uw verblijf in het ziekenhuis enkele dagen verlengd worden, doch het verloop van uw herstel zal onveranderd blijven
  • Algemene verwikkelingen: Door een langere periode van bedrust kan zich een klonter vormen in een ader van het been waardoor de ader kan ontsteken en verstoppen. Men spreekt dan van flebitis (aderontsteking). Om dit te voorkomen zal de verpleging u stimuleren zo snel mogelijk na de ingreep uit uw bed te komen. De verpleging zal u ook onderhuidse spuitjes geven in de buik en u compressiekousen laten aantrekken.
  • Pijn door het nemen van botgreffen: botstukjes worden uit de bekkenkam genomen omdat deze regio rijk is aan stamcellen en eiwitten die botgenezing stimuleren. Doordat het bekken een zeer gevoelig deel van het skelet is, kan dit nog meerdere maanden (meestal beperkt) pijnlijk zijn.

Contact

Campus Dendermonde

Kroonveldlaan 50, 9200

Dendermonde

+32 (0)52 25.26.07

————————————–

Privépraktijk Orthomondo

Noordlaan 111a,

9200 Dendermonde

+32 (0)52 21.75.21

————————————–

Campus Zele

Koevliet 6, 9240 Zele

+32 (0)52 45.64.95

Contact

Campus Dendermonde

Kroonveldlaan 50, 9200

Dendermonde

052/25.26.07

————————————–

Privépraktijk Orthomondo

Noordlaan 111a,

9200 Dendermonde

052/21.75.21

————————————–

Campus Zele

Koevliet 6, 9240 Zele

052/45.64.95