INFORMATIE RUG

 

Lees meer over

 

 

 

 

 

 

 

 

CERVIKALE FUSIE OF PROTHESE

Inleiding

De halswervelzuil bestaat uit een keten van wervels, telkens met vooraan een wervellichaam, daarachter het ruggenmergkanaal en helemaal achteraan de wervelbogen. Tussen de wervellichamen bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Deze bestaat uit een rubberachtige ring met in het midden ervan een geleiachtige substantie. Het geheel werkt als een veersysteem. De rubberachtige ring heeft ook een stevige vasthechting aan de wervellichamen boven en onder, zodat de bewegingen tussen deze twee wervellichamen kunnen worden gecontroleerd. Achteraan wordt de verbinding tussen de wervels uitgemaakt door een klein gewricht dat links en rechts zit en de meer klassieke vorm van een gewricht vertoont met kraakbeen, een gewrichtskapsel, etc.

 

Veroudering veroorzaakt bij ieder van ons telkens opnieuw kleine scheurtjes in de rubberachtige ringen van de tussenwervelschijven. Hierdoor kan op een bepaald ogenblik de “gel” die centraal zit, op een aantal niveaus verdwijnen. Soms verwekt dit proces matige pijn in de hals doch veelal verloopt het zonder klachten of symptomen.

Onder bepaalde omstandigheden kan echter een grotere scheur in de rubberachtige ring ontstaan waardoor een stuk hiervan min of meer loskomt en zich gaat verplaatsen, meestal naar achter toe. We spreken dan van een discushernia. Onmiddellijk achter het verplaatste gedeelte ligt het ruggenmerg en aan beide zijden ervan een zenuwwortel, zodat een druk kan ontstaan op het ruggenmerg of de zenuwwortels. Dit kan niet alleen pijnklachten, maar ook uitvalsverschijnselen veroorzaken: gevoelsstoornissen of verlammingen, krachtsvermindering in de armen en in extreme gevallen ook in de benen, met verlies van controle over ontlasting en urinelozing.

 

Pijnklachten in de armen kunnen ook ontstaan door kalkafzetting op de kanalen waarlangs de zenuwen het ruggenmergkanaal verlaten. Slijtage van de rubberachtige ringen leidt immers tot verminderde schokdemping waardoor de kalkafzetting (de zogenaamde “papegaaienbekken”) wordt gestimuleerd. Dit is een normaal verouderingsproces dat op eenzelfde manier als een discushernia tot compressie en beschadiging van zenuwweefsel kan leiden.

Behandelingsmogelijkheden

Het hierboven beschreven probleem kan op verschillende manieren behandeld worden. De bedoeling van de behandeling is steeds om op een aanvaardbare termijn de druk van het zenuwweefsel (ruggenmerg of zenuwwortels) weg te halen, vooraleer dit definitieve beschadiging oploopt.
Het blijft namelijk nog steeds een vaststaand gegeven dat de moderne geneeskunde nog geen oplossingen heeft voor een beschadigde zenuw. Het herstel van een beschadigde zenuw is een natuurlijk proces dat nagenoeg niet kan worden beïnvloed. De snelheid en de mate waarin dit herstel optreedt hangen af van de ernst van de zenuwbeschadiging en de duur dat ze bestaat. Het is dus onzeker in welke mate een zenuw na een beschadiging zal herstellen.

Een aantal discushernia problemen kan zonder operatie worden opgelost. We laten dan de natuur de tijd om een litteken te vormen op de beschadigde rubberachtige ring en om de ontstoken zenuw te laten ontzwellen. Een litteken heeft immers de neiging te gaan krimpen en daardoor zal de druk van de zenuwen geleidelijk verdwijnen. Bij kalkafzetting zal enkel de zenuw zèlf kunnen ontzwellen. De manier om dit te bereiken is het opleggen van rust en eventueel het dragen van een zachte halskraag, zodat de druk op de zieke tussenwervelschijf afneemt.

In sommige gevallen zal de behandelende geneesheer moeten overgaan tot een operatie. Het principe van de operatie bestaat uit het vrijmaken van de zenuwstructuren (=het wegnemen van de druk op de zenuwstructuren), meestal door het verwijderen van de kapotte discus en/of de kalkafzettingen op het zenuwkanaal.

Een ingreep kan nodig zijn wanneer de hernia of de kalkafzetting te groot zijn, of wanneer de hernia te ver van zijn originele plaats in het ruggenmergkanaal zit, zodat de natuur er niet in slaagt op een redelijke termijn een genezing te bewerkstelligen. Ook progressieve uitvalsverschijnselen (= steeds meer gevoelsstoornissen of krachtvermindering, steeds meer controleverlies over ontlasting of urinelozing) kunnen een reden vormen om te beslissen tot operatie.

Voorbereiding op de operatie

De patiënt wordt voor de operatie onderzocht voor mogelijke tegenaanwijzingen of risico’s. Allergieën, bepaalde problemen met vroegere verdovingen, algemene ziekten of vroegere operaties kunnen hierbij een rol spelen en moeten dus zeker aan de dokter vermeld worden, vooral ook aan de anesthesist die de leiding van de verdoving op zich zal nemen.
Een aantal technische onderzoeken zoals een bloedafname, radiografie van de borstkas en een filmpje van het hart (EKG) kunnen vooraf nodig zijn.
Alle ingenomen medicatie moet worden vermeld op voorhand, omdat sommige van deze medicamenten speciale maatregelen vereisen voor de operatie of de verdoving.
De operatie gebeurt onder algemene verdoving. De specifieke problemen die hiermee kunnen gepaard gaan worden de avond vóór of de ochtend van de ingreep met de anesthesist besproken.

Ingreep

Het principe berust op het verwijderen van datgene wat druk op de zenuwen en/of op het ruggenmerg veroorzaakt. De tussenwervelschijf wordt volledig weggenomen. Om de schijf te vervangen bestaan er 2 mogelijkheden: een fusie van de halswervels of een prothese in de halswervelzuil.

Een fusie (spondylodese) is een operatie waarbij 2 of meerdere wervels aan elkaar worden vastgemaakt met de bedoeling dat deze wervels nadien aan elkaar vastgroeien. De arts neemt de tussenwervelschijf weg en vervangt deze door bot. De wervels groeien aan elkaar, met als resultaat een volledige verstijving van het bewegingssegment. Het verlies van beweging wordt meestal zeer goed verdragen. Deze ingreep wordt volgens de huidige wetenschappelijke gegevens als dè standaardingreep beschouwd. Vrijwel steeds betreft het een “anterieure” fusie: hierbij zal men de werverzuil lans voor benaderen, dat wil zeggen via een insnede aan de voorzijde van de hals. Een “posterieure” fusie (benadering langs achter) of een gecombineerde “anterieure” en “posterieure” fusie zijn slechts sporadisch aangewezen.

 

Het bot dat tussen de wervels wordt geplaatst, is bij voorkeur bot van de patiënt zelf. Dit bot wordt meestal uit de bekkenkam genomen en vergt een aparte insnede (1 à 4 cm, afhankelijk van de behoefte). De arts plaatst ook een kooitje tussen de wervels. Dit kooitje (een hol blokje in koolstof) zorgt voor extra stabiliteit. Het kooitje wordt gevuld met het bot, zodat de wervels dóór het blokje aan elkaar vastgroeien. Om de stabiliteit te verhogen kan aan de voorzijde van de wervels ook een metalen plaatje (in titanium) geplaatst worden. De kooi en de plaat kunnen afzonderlijk of samen gebruikt worden, afhankelijk van de pathologie, de kwaliteit van het bot, en het aantal te opereren segmenten.

Het doel van de andere techniek, het plaatsen van een een prothese, is de beweging tussen 2 wervels te behouden of te herstellen. Dit heeft als voordeel dat de aanpalende segmenten hun oorspronkelijke bewegingspatroon kunnen behouden en zo beschermd worden tegen overbelasting. Dit is echter een theoretisch voordeel dat in de praktijk nog dient te worden bewezen. Het is nog niet duidelijk of protheses op lange termijn (meer dan 5 jaar) hun beweeglijkheid behouden en bij een aantal protheses treedt er postoperatief tòch een spontane fusie op.

 

 

De prothese bestaat uit 2 metalen plaatjes (titanium) waartussen een soort vlies (membraan) (polyurethaan) zit dat opgevuld wordt met water. De oppervlakken van de metalen plaatjes zijn zodanig bewerkt dat ze in de onder- en bovenliggende wervel vastgroeien. De beweging gebeurt door de verplaatsing van het water in het vlies.

Aan het einde van de operatie wordt meestal een buisje in de wonde gelegd om gedurende de eerste 24 uur eventueel resterend bloed af te zuigen. De wonde wordt gesloten, een zachte halskraag wordt aangelegd, en de patiënt wordt op zijn rug in bed gelegd.

 

De eerste dagen na de operatie

  • Na het ontwaken in de ontwaakzaal mag de patiënt terug naar zijn kamer in het Bewegings- en Zenuwcentrum. Na de operatie is de pijn in de arm soms meteen weg, maar lang niet altijd.
  • In de hals is er altijd wat pijn tengevolge van de operatie, vooral de eerste paar dagen. Hiervoor krijgt u pijnstillers via een infuus (een baxter).
  • De pijn ter hoogte van het bekken, door het wegnemen van wat bot, wordt meestal als intenser ervaren dan de halspijn.
  • Slikkachten en heesheid zijn normaal gedurende de eerste week. Dit is het gevolg van zwelling van de slokdarm en de luchtpijp.
  • De buisjes (drains) in de operatiewonde zullen na één dag worden verwijderd. Die dag mag de patiënt onder begeleiding ook reeds uit bed komen.
  • Wanneer u na de operatie in staat bent een volledige gang in het ziekenhuis op en af te stappen en een trap te bestijgen/af te dalen, mag u naar huis.
  • Een normaal verblijf duurt 3 à 5 dagen.

Herstel

  • De snelheid van het herstel zal natuurlijk afhangen van de ernst en de duur van de aandoening.
  • Langdurig bestaande pijnen of langdurig bestaande uitvalsverschijnselen genezen meestal veel trager en het herstel van zenuwen kan vele maanden tot zelfs 1 à 2 jaar duren.
  • De uitstralingsklachten in de armen (pijn, krachtsvermindering of gevoelsverandering) herstellen al naargelang de ernst van het zenuwletsel sneller of trager en al dan niet volledig.
  • De eerste 6 weken na de ingreep zal u veel moeten rusten en de zachte halskraag dragen. Na deze 6 weken kan u geleidelijk aan het activiteitsniveau verhogen. Meestal wordt na een drietal maanden een normale activiteit toegestaan. Het is daarbij normaal dat u de eerste weken of maanden af en toe een pijnstiller dient te nemen.

Opvolging

Na de ingreep zal u door uw huisarts èn specialist gevolgd worden. Een controle raadpleging bij uw specialist wordt voorzien na 6 weken, 3 maanden, 6 maanden, en één jaar. Telkens zal een nieuwe radiografie genomen worden. In geval van krachtsverlies krijgt u ook kinesitherapie om de recuperatie te versnellen.

Mogelijke verwikkelingen

Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico’s en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico’s tot een minimum te herleiden.

  • Infectie : Zoals na elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terechtkomen en een infectie veroorzaken. Indien de infectie zich in de diepte (ter hoogte van de wervels) bevindt zal bijna zeker het aaneengroeien van de wervels grondig worden verstoord. Er is dan meestal een tweede ingreep en een langdurig verblijf (enkele weken tot meerdere maanden) in het ziekenhuis nodig. Een meer oppervlakkige infectie kan wondproblemen met zich meebrengen, doch dit kan op enkele dagen tot weken opgelost worden. Om een infectie zo veel mogelijk te voorkomen krijgt nagenoeg iedere patiënt de eerste dag van de ingreep antibiotica via een infuus (een baxter).
  • Niet-aaneengroeien: “pseudarthrose” (bij een fusie) : Wanneer de behandelde wervels na een zekere tijd niet aan elkaar blijken te groeien, bestaat er een grote kans dat de patiënt opnieuw meer pijn ontwikkelt. In sommige gevallen kan dan een nieuwe operatie nodig zijn om te proberen de wervels alsnog te laten vastgroeien.
  • Loskomen van de componenten (bij een prothese) : De theoretische mogelijkheid bestaat dat de prothese niet vastgroeit in de aanpalende wervels en bijgevolg loskomt. In praktijk is dit zeer zeldzaam. In dat geval moet de prothese verwijderd worden en zal een fusie uitgevoerd worden.
  • Tijdelijke zenuwuitval : Tijdens de operatie dient de chirurg het ruggenmerg en de zenuwen te manipuleren. Dit kan leiden tot een tijdelijke zenuwuitval met als gevolg een verminderde kracht of gevoel in een arm. Deze zenuwuitval kan enkele dagen tot meerdere maanden duren.
  • Nabloeding : Soms treedt er een nabloeding op. In dit geval kan het bloed zich in de wonde opstapelen en een druk op de luchtpijp of het ruggenmerg gaan veroorzaken. Het is dan noodzakelijk de wonde terug open te maken. Meestal treedt deze verwikkeling op de eerste drie à vier dagen. Hierdoor kan uw verblijf in het ziekenhuis enkele dagen verlengd worden, doch het verloop van uw herstel zal onveranderd blijven.
  • Algemene verwikkelingen : Door een langere periode van stilliggen kan zich een klonter vormen in een ader van het been waardoor de ader kan ontsteken en verstoppen. Men spreekt dan van flebitis (aderontsteking). Om dit te voorkomen zal de verpleging u stimuleren zo snel mogelijk na de ingreep uit uw bed te komen. De verpleging zal u ook onderhuidse spuitjes geven in de buik en u spannende kousen laten aantrekken.
 


LUMBALE DISCUSHERNIA

 

Inleiding

De lendenwervelzuil bestaat uit een keten van wervels, telkens met vooraan een wervellichaam, daarachter het ruggenmergkanaal en helemaal achteraan de wervelbogen. Tussen de wervellichamen bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Deze bestaat uit een rubberachtige ring met in het midden ervan een geleiachtige substantie. Het geheel werkt als een veersysteem. De rubberachtige ring heeft ook een stevige vasthechting aan de wervellichamen boven en onder, zodat de bewegingen tussen deze twee wervellichamen kunnen worden gecontroleerd. Achteraan wordt de verbinding tussen de wervels uitgemaakt door een klein gewricht dat links en rechts zit en de meer klassieke vorm van een gewricht vertoont met kraakbeen, een gewrichtskapsel, etc.

 

Veroudering veroorzaakt bij ieder van ons telkens opnieuw kleine scheurtjes in de rubberachtige ringen van de tussenwervelschijven. Hierdoor kan op een bepaald ogenblik de “gel” die centraal zit, op een aantal niveaus verdwijnen. Soms verwekt dit proces matige pijn in de hals doch veelal verloopt het zonder klachten of symptomen.

Onder bepaalde omstandigheden kan echter een grotere scheur in de rubberachtige ring ontstaan waardoor een stuk hiervan min of meer loskomt en zich gaat verplaatsen, meestal naar achter toe. We spreken dan van een discushernia. Onmiddellijk achter het verplaatste gedeelte ligt het ruggenmerg en aan beide zijden ervan een zenuwwortel, zodat een druk kan ontstaan op het ruggenmerg of de zenuwwortels. Dit kan niet alleen pijnklachten, maar ook uitvalsverschijnselen veroorzaken: gevoelsstoornissen of verlammingen, krachtsvermindering in de armen en in extreme gevallen ook in de benen, met verlies van controle over ontlasting en urinelozing.

 

Behandelingsmogelijkheden

Het hierboven beschreven probleem kan op verschillende manieren behandeld worden. De bedoeling van de behandeling is steeds om op een aanvaardbare termijn de druk van het zenuwweefsel (ruggenmerg of zenuwwortels) weg te halen, vooraleer dit weefsel definitieve beschadiging oploopt. Het blijft namelijk een vaststaand gegeven dat de moderne geneeskunde nog geen oplossingen heeft voor een beschadigde zenuw. Het herstel van een beschadigde zenuw is een natuurlijk proces dat nagenoeg niet kan worden beïnvloed. De snelheid en de mate waarin dit herstel optreedt hangen af van de ernst van de zenuwbeschadiging en de duur dat ze bestaat. Het is dus onzeker in welke mate een zenuw na een beschadiging zal herstellen.

Een groot aantal discushernia's kan zonder operatie worden opgelost. We laten dan de natuur de tijd om een litteken te vormen op de beschadigde "rubberachtige" ring. Een litteken heeft de neiging te gaan krimpen en daardoor zal de druk van de zenuwen geleidelijk verdwijnen. De voornaamste manier om dit te bereiken is het opleggen van liggende rust, zodat de druk van het gewicht op de zieke tussenwervelschijf beperkt wordt.

Soms zal de behandelende geneesheer moeten overgaan tot een operatie. Het principe van deze operatie bestaat uit het vrijmaken van de zenuwstructuren (=het wegnemen van de druk op de zenuwstructuren), meestal door het verwijderen van de kapotte discusfragmenten.

Een ingreep kan nodig zijn wanneer de hernia te groot is of te ver van zijn originele plaats in het ruggenmergkanaal zit, zodat de natuur er niet in slaagt op een redelijke termijn een genezing te bewerkstelligen. Ook progressieve uitvalsverschijnselen (= steeds meer gevoelsstoornissen of krachtvermindering, steeds meer controleverlies over ontlasting of urinelozing) kunnen een reden vormen om te beslissen tot operatie.

Voorbereiding op de operatie

De patiënt wordt voor de operatie onderzocht voor mogelijke tegenaanwijzingen of risico's. Allergieën, bepaalde problemen met vroegere verdovingen, algemene ziekten of vroegere operaties kunnen hierbij een rol spelen en moeten dus zeker aan de dokter vermeld worden, vooral ook aan de anesthesist die de leiding van de verdoving op zich zal nemen. Een aantal technische onderzoekingen zoals bloedafname, radiografie van de borstkas en een filmpje van het hart (EKG) kunnen vooraf nodig zijn. Alle ingenomen medicatie moet worden vermeld op voorhand omdat sommige van deze medicamenten speciale maatregelen vereisen voor de operatie of de verdoving. De operatie gebeurt onder algemene verdoving. De specifieke problemen die hiermee kunnen gepaard gaan worden vóór de ingreep met de anesthesist besproken.

Ingreep

 

De patiënt wordt op zijn buikzijde geïnstalleerd op een speciaal kussen. De chirurg zal door een kleine insnede in de rug de wervelzuil langs achter benaderen, tussen twee wervelbogen de ruggenmergzak en de zenuwwortels opzoeken en eromheen en ertussen op zoek gaan naar de hernia. Hierbij moeten zenuwwortels wat opzij gelegd en dus gemanipuleerd worden. Deze operatie gebeurt onder rechtstreeks zicht of onder de operatiemicroscoop. Het kapotte stuk tussenwervelschijf wordt opgezocht en verwijderd. Tenslotte gaat de chirurg met speciale instrumenten tussen de wervellichamen om te zien of er nog andere losse stukken zitten die eveneens dienen te worden verwijderd. De wonde wordt gesloten en de patiënt op zijn rug in bed gelegd.

 

Na de operatie

  • Na het ontwaken in de ontwaakzaal gaat de patiënt terug naar zijn kamer in het Bewegings- en Zenuwcentrum.
  • Na één of twee dagen mag de patiënt onder begeleiding uit bed. Ondertussen krijgt de patiënt spannende kousen en onderhuidse Heparine-spuitjes om flebitis (aderontsteking) te voorkomen.
  • Meestal mag de patiënt na een drietal dagen het ziekenhuis verlaten.
  • Het is dan voor een achttal weken verboden een voorovergebogen staande houding aan te nemen of gewichten te tillen, hetgeen een normale dagelijkse activiteit onmogelijk maakt.
  • Na deze periode zal geleidelijk gewerkt worden naar een normale activiteit met minimale rugbelasting en zal de patiënt aangeleerd worden rughygiëne te onderhouden.

Pijn

  • Na de operatie is de pijn in het been soms meteen weg, maar lang niet altijd.
  • In de rug is er altijd wat pijn tengevolge van de operatie, vooral het eerste paar dagen. Hiervoor zullen pijnstillers worden toegediend.
  • De snelheid van het herstel zal natuurlijk afhangen van de ernst en de duur van de aandoening.
  • Langdurig bestaande pijnen of langdurig bestaande uitvalsverschijnselen genezen meestal veel trager en het herstel van zenuwen kan vele maanden tot zelfs 1 à 2 jaar duren. De uitstralingsklachten in de benen (pijn, krachtsvermindering of gevoelsverandering) herstellen al naargelang de ernst van het zenuwletsel sneller of trager en al dan niet volledig.
  • In de lage rug is er een behoorlijk grote kans dat na het verwijderen van een tussenwervelschijf een zekere hinder blijft bestaan (snellere vermoeidheid, last bij extreme bewegingen, last bij optillen van voorwerpen).
  • De rug zal ook moeten "wennen" aan de veranderde situatie.

Sommige mensen worden dus wel volledig klachtenvrij, maar andere behouden een gewoonlijk goed verdraagbare ruglast. In ieder geval zal de rug levenslang moeten beschermd worden tegen snel evoluerende slijtage, door het zo goed mogelijk onderhouden van de rompspieren.

Opvolging na de operatie

Na de ingreep zal u door uw huisarts èn door uw specialist gevolgd worden.
Een controle raadpleging bij de specialist wordt meestal voorzien na 6 weken en na 3 maanden.
In geval van krachtverlies zal u ook kinesitherapie krijgen om het herstel te versnellen.

Mogelijke verwikkelingen

  • Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico's en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico's tot een minimum te herleiden.
  • Het zenuwherstel kan plotseling en snel zijn na de operatie, maar kan ook heel lang op zich laten wachten en zelfs soms niet helemaal volledig zijn.
  • Soms kan er, bij het zoeken naar de hernia, tijdens de ingreep een prikkeling van de zenuw ontstaan met tijdelijke gevoelsstoornissen of tijdelijke krachtsvermindering in een deel van het been als gevolg. Het herstel kan enkele dagen tot meerdere maanden duren.
  • Bij het zoeken naar de hernia kan er soms een lek ontstaan in de ruggenmergomhulling waardoor het ruggenmergvocht lekt. Dit kan na de operatie hevige hoofdpijn en misselijkheid veroorzaken wanneer de patiënt rechtkomt. Dit verdwijnt meestal spontaan na een paar dagen.
  • Zoals bij elke operatie kan ook hier een nabloeding optreden. Verschil met andere operaties is echter dat het zich opstapelend bloed in de wonde soms een druk op het ruggenmerg kan creëren waardoor de noodzaak ontstaat de wonde terug te openen. Hierdoor kan uw verblijf in het ziekenhuis enkele dagen verlengd worden, doch het verloop van uw herstel zal onveranderd blijven.
  • Eveneens zoals bij elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terechtkomen en een infectie veroorzaken. Om deze problemen zoveel mogelijk te voorkomen krijgt de patiënt tijdens de operatie uit voorzorg antibiotica via een infuus.
 

LUMBALE FUSIE

Inleiding

 

 

De lendenwervelzuil bestaat uit een keten van wervels, telkens met vooraan een wervellichaam, daarachter het ruggenmergkanaal en helemaal achteraan de wervelbogen. Tussen de wervellichamen bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Deze bestaat uit een rubberachtige ring met in het midden ervan een geleiachtige substantie. Het geheel werkt als een veersysteem. De rubberachtige ring heeft ook een stevige vasthechting aan de wervellichamen boven en onder, zodat de bewegingen tussen deze twee wervellichamen kunnen worden gecontroleerd. Achteraan wordt de verbinding tussen de wervels uitgemaakt door een klein gewricht dat links en rechts zit en de meer klassieke vorm van een gewricht vertoont met kraakbeen, een gewrichtskapsel, etc.

 

De fusie

Een fusie (spondylodese) is een rugoperatie waarbij wervels aan elkaar worden vastgemaakt met de bedoeling dat deze wervels nadien aan elkaar vastgroeien. Hierbij kan het gaan om het vastzetten van 2 of meerdere wervels.
De redenen die aanleiding geven tot deze operatie zijn zeer uiteenlopend:

  • slijtage aan de tussenwervelschijf en/of de gewrichtjes tussen de wervels
  • breuken
  • aangeboren afwijkingen aan de wervelzuil
  • misgroeiingen
  • tumoren
  • etc

Doordat bij deze operatie de wervels aan elkaar worden vastgemaakt, kunnen ze nadien uiteraard niet meer bewegen. Wervels bewegen ten opzichte van elkaar doordat er tussen de 2 wervellichamen een tussenwervelschijf zit vooraan, en links en rechts een facetgewrichtje achteraan. De verstijving kan bereikt worden ofwel door de tussenwervelschijf weg te nemen en te vervangen door bot en alzo de wervels aan elkaar te laten groeien (= tussenwervelfusie), ofwel door achteraan de facetgewrichten te laten vastgroeien (=facetfusie).

Er bestaan verschillende technieken:

  • “Posterieure” fusie : Hierbij wordt de wervelzuil langs achter benaderd, door een insnede in de rug. Via deze insnede kan zowel een tussenwervel fusie worden bereikt door omheen het ruggenmerg en tussen de zenuwen te werken, als een facetfusie.
  • “Anterieure” fusie : Hierbij zal men de werverzuil langs voor benaderen, dat wil zeggen via een insnede in de buik.
  • Gecombineerde “anterieure” en “posterieure” fusie : Hierbij worden de beide technieken gecombineerd.

Het vastmaken van de wervels aan elkaar is bedoeld om symptomen zoals pijn te bestrijden en in sommige gevallen ook om de chirurg in staat te stellen het ruggenmerg en de zenuwwortels te kunnen vrijmaken zonder de stevigheid van de wervelzuil te verminderen. De pijn wordt meestal veroorzaakt door de verbinding tussen de wervels (discus en/of de facetgewrichten). Die verbinding kan ziek zijn (bv. bij slijtage) of misvormd. Het vastzetten van deze segmenten laat in sommige gevallen toe die zieke gewrichten zelfs volledig te verwijderen, zodat ze geen pijn meer kunnen veroorzaken of op de zenuwstructuren drukken.

Uiteraard betekent het vastmaken van wervels in eerste instantie een verlies aan beweeglijkheid. Wanneer het slechts gaat om één of twee segmenten wordt dit verlies echter meestal ruimschoots gecompenseerd door de winst aan beweeglijkheid van de rug in zijn geheel door het wegvallen van de pijn na de operatie. Het is inderdaad zo dat de meeste van deze zieke schakels al lang niet meer bewogen voor de operatie door de pijn en de verkramping die ze veroorzaken.

Waarom geen prothese?

U heeft misschien reeds gehoord over een andere soort operatie waarbij een prothese wordt geplaatst. De bedoeling van een prothese is om de beweeglijkheid tussen 2 wervels te behouden of te herstellen. Het doel van deze ingreep staat dus lijnrecht tegenover het doel van een fusie. Patiënten die met een prothese kunnen geholpen worden hebben meestal ook totaal andere klachten dan mensen die voor een fusie in aanmerking komen. Uw geneesheer heeft voor uw specifieke situatie een fusie voorgesteld. Mocht u hierover echter nog vragen of onzekerheden hebben, aarzel dan niet de arts hierover aan te spreken.

Voorbereiding op de operatie

De patiënt wordt voor de operatie onderzocht voor mogelijke tegenaanwijzingen of risico’s. Allergieën, bepaalde problemen met vroegere verdovingen, algemene ziekten of vroegere operaties kunnen hierbij een rol spelen en moeten dus zeker aan de dokter vermeld worden, vooral ook aan de anesthesist die de leiding van de verdoving op zich zal nemen. Een aantal technische onderzoeken zoals een bloedafname, radiografie van de borstkas en een filmpje van het hart (EKG) kunnen vooraf nodig zijn. Alle ingenomen medicatie moet worden vermeld op voorhand, omdat sommige van deze medicamenten speciale maatregelen vereisen voor de operatie of de verdoving. De operatie gebeurt onder algemene verdoving. De specifieke problemen die hiermee kunnen gepaard gaan worden vóór de ingreep met de anesthesist besproken.

Ingreep

 

Fusie langs de achterzijde (langs de rug). De meeste fusies worden langs de achterzijde uitgevoerd omdat geknelde zenuwen enkel langs deze weg kunnen worden vrijgemaakt. De patiënt wordt dan op zijn buikzijde geïnstalleerd op een speciaal kussen. Er wordt een insnede gemaakt in het midden van de rug, ter hoogte van de wervels die men wil benaderen. De wervelbogen en wervelgewrichtjes worden vrijgelegd en waar nodig worden de ruggenmergzak en de uittredende zenuwwortels vrijgelegd. Verder kan langsheen het ruggenmerg en de zenuwen ook de tussenwervelschijf die vooraan tussen de wervels zit, worden benaderd en uitgeruimd.

 

Vervolgens zal die lege werveltussenruimte dan worden opgevuld door een steunstukje (een kooitje in koolstof) en stukjes bot om de beide wervels na de operatie aan elkaar te laten groeien. De stukjes bot waarvan sprake komen ofwel uit de bekkenkam van de patiënt (meestal bereikbaar via dezelfde insnede), ofwel wordt het bot terug gebruikt dat werd verwijderd bij het openen van de achterste bogen.

Om de wervels de kans te geven na de operatie aan elkaar te groeien, worden ze vastgemaakt met schroeven en staven (van titanium) die, zoals bij een beenbreuk, de segmenten tegen elkaar zullen houden tot de genezing is bereikt (meestal na ongeveer 4 tot 6 maanden). Aan het einde van de operatie wordt meestal een buisje in de wonde gelegd om gedurende de eerste 24 tot 48 uur na de ingreep eventueel resterend bloed af te zuigen.

De wonde wordt gesloten en de patiënt wordt op zijn rug in bed gelegd.

 

Na de operatie

Na de ingreep is de pijn in het been soms meteen weg, maar lang niet altijd. In de rug is er altijd wat pijn tengevolge van de operatie, vooral de eerste paar dagen. Hiervoor zullen pijnstillers worden toegediend, hetzij via een baxter, hetzij via een apart buisje dat tijdens de operatie op het ruggenmerg werd gelegd en dat aan een pompje gekoppeld wordt. De patiënt zal meestal één of twee dagen in bed moeten blijven. De buisjes in de operatiewonde zullen na één dag worden verwijderd.

Wanneer de chirurg manipulaties aan het ruggenmerg of de zenuwen diende te doen tijdens de ingreep, is het mogelijk dat het plassen of de ontlasting de eerste dagen wat moeilijk is. Dit zal worden opgevolgd door de verpleging en zo nodig opgelost worden met aangepaste hulpmiddelen.

Wanneer na de operatie de patiënt in staat is een volledige gang in het ziekenhuis op en af te stappen en een trap te bestijgen/af te dalen, mag hij/zij naar huis (meestal is dit na zes tot acht dagen).

De snelheid van het herstel zal natuurlijk afhangen van de ernst en de duur van de aandoening. Langdurig bestaande pijnen of langdurig bestaande uitvalsverschijnselen genezen meestal veel trager en het herstel van zenuwen kan vele maanden tot zelfs 1 à 2 jaar duren. De uitstralingsklachten in de benen (pijn, krachtsvermindering of gevoelsverandering) herstellen al naargelang de ernst van het zenuwletsel sneller of trager en al dan niet volledig.
In ieder geval zal de eerste drie maanden de activiteit strikt beperkt worden. Het zal de patiënt tijdens die eerste drie maanden verboden zijn een voorovergebogen staande houding aan te nemen en voorwerpen onder het niveau van de gordel op te rapen. Dit houdt in dat de meeste dagelijkse bezigheden onmogelijk zijn. Na deze periode zal geleidelijk aan het activiteitsniveau worden verhoogd. Meestal is na een zestal maanden een normale activiteit toegestaan. Het is daarbij normaal dat de eerste weken of maanden af en toe een pijnstiller nodig is.

In de lage rug is er een behoorlijk grote kans dat na een fusie een zekere hinder blijft bestaan (snellere vermoeidheid, last bij extreme bewegingen, last bij optillen van voorwerpen). De rug zal ook moeten “wennen” aan de veranderde situatie.

Sommige mensen worden dus wel volledig klachtenvrij, maar anderen behouden een gewoonlijk goed verdaagbare ruglast. In ieder geval zal de rug levenslang moeten beschermd worden tegen snel evoluerende slijtage, door het zo goed mogelijk onderhouden van de rompspieren. Het is echter zeer belangrijk dat ook na de rugoperatie het meest rugbelastende werk wordt vermeden, zelfs wanneer de operatie perfect geslaagd is.

Fusie langs de voorzijde

 

Men kan de wervelzuil ook langs voor benaderen, langs de buik. De arts zal dan de lendenwervels ofwel dwars door de buikholte van voor naar achter benaderen, ofwel volgt hij de binnenzijde van de buikwand, achter het buikvlies door. Indien mogelijk wordt deze laatste weg gevolgd. De arts zoekt de tussenwervelschijf in kwestie op en deze wordt uitgeruimd. In de lege ruimte die aldus ontstaat wordt meestal een dragend element van metaal of koolstof geplaatst zodat dit achteraf het gewicht van de patiënt kan dragen.

Tevens wordt deze ruimte opgevuld met botstukjes, net zoals beschreven bij de achterste fusie. In sommige gevallen zal dan nog een versteviging worden aangebracht met bijvoorbeeld schroeven en platen of staven. De buikholte wordt dan weer gesloten met achterlaten van een zuigbuisje voor het afvoeren van bloed.

 

Na de operatie

  • Na het ontwaken in de ontwaakzaal gaat de patiënt naar zijn kamer in het zorgcentrum.
  • In het begin zal een infuus noodzakelijk zijn, evenals een blaassonde om de urine af te voeren.
  • Na de operatie zal vooral rugpijn optreden waarvoor pijnstillers worden toegediend. De eerste 24u kan ook misselijkheid optreden en kan geen normale maaltijd genomen worden door vertraging van de normale darmbeweging.
  • De patiënt zal de eerste dag na de operatie een kwartier rechtzitten, nadat de buisjes uit de operatiewonde werden verwijderd.
  • Na 1 of 2 dagen mag de patiënt onder begeleiding uit bed. Hierbij wordt een korset gedragen waarvoor de maat vóór de ingreep genomen werd.
  • Na 4 à 6 dagen kan de patiënt het ziekenhuis verlaten.
  • Na een viertal maanden wordt een normale activiteit toegestaan.

Opvolging na de operatie

Na de ingreep zal u door uw huisarts èn door uw specialist gevolgd worden. Een controle raadpleging bij de specialist wordt meestal voorzien na 6 weken, na 3 maanden, na 6 maanden en na 1 jaar. Telkens zal men een nieuwe radiografie nemen. In geval van krachtverlies zal u ook kinesitherapie krijgen om het herstel te versnellen.

Mogelijke verwikkelingen

Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico’s en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico’s tot een minimum te herleiden.

  • Infectie : Zoals na elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terechtkomen en een infectie veroorzaken. Indien de infectie zich in de diepte (ter hoogte van de wervels) bevindt zal bijna zeker het aaneengroeien van de wervels grondig worden verstoord. Er is dan meestal een tweede ingreep en een langdurig verblijf (enkele weken tot meerdere maanden) in het ziekenhuis nodig. Een meer oppervlakkige infectie kan wondproblemen met zich meebrengen, doch dit kan op enkele dagen tot weken opgelost worden. Om een infectie zo veel mogelijk te voorkomen krijgt nagenoeg iedere patiënt de eerste dag van de ingreep antibiotica via een infuus (een baxter).
  • Niet-aaneengroeien van de behandeld wervels : Wanneer de behandelde wervels na een zekere tijd niet aan elkaar blijken te groeien, bestaat er een grote kans dat de patiënt opnieuw meer pijn ontwikkelt. In sommige gevallen kan dan een nieuwe operatie nodig zijn om te proberen de wervels alsnog te laten vastgroeien.
  • Tijdelijke zenuwuitval : Tijdens de operatie dient de chirurg het ruggenmerg en de zenuwen te manipuleren. Dit kan leiden tot een tijdelijke zenuwuitval met als gevolg een verminderde kracht of gevoel in een arm. Deze zenuwuitval kan enkele dagen tot meerdere maanden duren.
  • Nabloeding : Soms treedt er een nabloeding op. In dit geval kan het bloed zich in de wonde opstapelen en een druk op het ruggenmerg gaan veroorzaken. Het is dan noodzakelijk de wonde terug open te maken.
    Meestal treedt deze verwikkeling op de eerste drie à vier dagen. Hierdoor kan uw verblijf in het ziekenhuis enkele dagen verlengd worden, doch het verloop van uw herstel zal onveranderd blijven
  • Algemene verwikkelingen : Door een langere periode van stilliggen kan zich een klonter vormen in een ader van het been waardoor de ader kan ontsteken en verstoppen. Men spreekt dan van flebitis (aderontsteking). Om dit te voorkomen zal de verpleging u stimuleren zo snel mogelijk na de ingreep uit uw bed te komen. De verpleging zal u ook onderhuidse spuitjes geven in de buik en u spannende kousen laten aantrekken.
 


LUMBALE LAMINECTOMIE

 

Doel

Vrijmaken zenuwen en ruggemerg/cauda equina door verwijderen lamina (partiëel) en osteofyten.

Indicatie

Spinale stenose, evt + hernia

Procedure

  • Verwijderen van osteofyten, hypertrofe ligamenten en eventuele discushernia na wegname van het centrale deel van de lamina.
  • Hechting gebeurt intradermaal met resorbeerbare hechtingen.

Nazorg # Op afdeling

  • 24 uur volledige bedrust; draaien is "en bloc" toegelaten mits assistentie door verpleging
  • 24 uur wonddrainage; verwijderen drain 1ste dag post-op, tenzij groot volume
  • 1ste dag post-op: rechtzitten in bed
  • 2de dag post-op: - verwijderen blaassonde
  • rechtzitten in zetel
  • vanaf 3de dag post-op: stappen olv kinesist; geen looprekje
  • droge wondzorg 1x/d; steri-strips ter plaatse laten
  • tromboseprofylaxe: Fraxiparine-spuitjes en compressiekousen

Nazorg # Ontslag

  • zodra men zelfstandig trappen kan op- en afgaan: 5-7 dagen.

Nazorg # Thuis

  • geen wondzorg; steri-strips te verwijderen 2 weken post-op; hechtingen dienen niet te worden verwijderd
  • geen Tromboseprofylaxe.
  • pijnstilling zo nodig: Dafalgan (-codeïne) max 4x 1/d; eventueel niet-steroïdale ontstekingsremmers
  • tot 4 weken post-op: overwegend rusten doch veel wisselhouding en korte, multipele, mobilisaties
  • 4 weken - 2 maanden: lichte, minimaal rugbelastende activiteiten (wandelen, fietsen, korte autorit, etc)
  • 2 - 4 maanden: matige, weinig rugbelastende activiteiten (licht huishoudelijk werk en tuinwerk)
  • na 4 maanden: rugbelastende activiteiten mits optimale rughygiëne (eventueel via rugschool of privé-kinesist)
  • zware rugbelasting (verhuizen, snoeien, plafond schilderen, etc) dienen te worden vermeden
 


LUMBALE MICRO–DISCECTOMIE

 

Doel

Verwijderen hernia en vrijmaken zenuwwortel.

Indicatie

Hernia met zenuwcompressie en/of cauda-equina compressie.

Procedure

  • Verwijderen hernia via mini-incisie (ongeveer 2 cm) en laminotomie.
  • Hechting gebeurt intradermaal met resorbeerbare hechtingen.

Nazorg # Op afdeling

  • 12 uur volledige bedrust; draaien is "en bloc" toegelaten
  • 1ste dag post-op: rechtzitten in zetel en eventueel stappen
  • droge wondzorg 1x/d; steri-strips ter plaatse laten
  • tromboseprofylaxe: Fraxiparine

Nazorg # Ontslag

  • zodra men zelfstandig trappen kan op- en afgaan: 2-3 dagen

Nazorg # Thuis

  • geen wondzorg; steri-strips te verwijderen 2 weken post-op; hechtingen dienen niet te worden verwijderd
  • geen tromboseprofylaxe
  • pijnstilling zo nodig: Dafalgan (-codeïne) max 4x 1/d; eventueel niet-steroïdale ontstekingsremmers
  • tot 2 weken post-op: overwegend rusten doch veel wisselhouding en korte, multipele, mobilisaties
  • 2 weken - 6 weken: lichte, minimaal rugbelastende activiteiten (wandelen, fietsen, korte autorit, etc)
  • na 6 weken: rugbelastende activiteiten mits optimale rughygiëne (eventueel via rugschool of privé-kinesist)
 

LUMBALE PROTHESE

Inleiding

 

 

De lendenwervelzuil bestaat uit een keten van wervels, telkens met vooraan een wervellichaam, daarachter het ruggenmergkanaal en helemaal achteraan de wervelbogen. Tussen de wervellichamen bevindt zich de tussenwervelschijf of discus. Deze bestaat uit een rubberachtige ring met in het midden ervan een geleiachtige substantie. Het geheel werkt als een veersysteem. De rubberachtige ring heeft ook een stevige vasthechting aan de wervellichamen boven en onder, zodat de bewegingen tussen deze twee wervellichamen kunnen worden gecontroleerd. Achteraan wordt de verbinding tussen de wervels uitgemaakt door een klein gewricht dat links en rechts zit en de meer klassieke vorm van een gewricht vertoont met kraakbeen, een gewrichtskapsel, etc.

 

De prothese

Indien uw rugprobleem beperkt blijft tot slijtage van de tussenwervelschijf, en er geen sprake is van geknelde zenuwen, komt u misschien in aanmerking voor een lumbale prothese (=prothese in de lendenwervelzuil). De bedoeling van een prothese is om de beweeglijkheid tussen 2 wervels te behouden of te herstellen. Het doel van deze ingreep staat dus lijnrecht tegenover het doel van een fusie. Patiënten die met een prothese geholpen worden hebben dan ook andere klachten dan mensen die een fusie-ingreep krijgen. Uw behandelende arts zal slechts na meerdere onderzoeken en proefbehandelingen over een prothese praten. Enkel voor een zéér strikte selectie van patiënten met rugpijn zal deze ingreep aangewezen zijn. De medische literatuur maakt voor deze groep patiënten melding van goede korte-termijn-resultaten (5 jaar) doch lange-termijn-resultaten (meer dan 10 jaar) zijn voorlopig niet voorhanden.

Voorbereiding op de operatie

De patiënt wordt voor de operatie onderzocht voor mogelijke tegenaanwijzingen of risico's. Allergieën, bepaalde problemen met vroegere verdovingen, algemene ziekten of vroegere operaties kunnen hierbij een rol spelen en moeten dus zeker aan de dokter vermeld worden, vooral ook aan de anesthesist die de leiding van de verdoving op zich zal nemen. Een aantal technische onderzoeken zoals een bloedafname, radiografie van de borstkas en een filmpje van het hart (EKG) kunnen vooraf nodig zijn. Alle ingenomen medicatie moet worden vermeld op voorhand, omdat sommige van deze medicamenten speciale maatregelen vereisen voor de operatie of de verdoving. De operatie gebeurt onder algemene verdoving. De specifieke problemen die hiermee kunnen gepaard gaan worden voor de ingreep met de anesthesist besproken.

Ingreep

 

Zijaanzicht van een prothese

 

Bij het plaatsen van een prothese wordt de wervelzuil langs de buik benaderd. De chirurg neemt de tussenwervelschijf in kwestie weg en brengt de prothesecomponenten in: twee metalen plaatsjes worden verankerd in de boven- en onderliggende wervel. Deze plaatjes zijn zodanig bewerkt dat zij vastgroeien in de wervels. Tussen de plaatjes wordt een sferisch element in hard plastic (polyethyleen) gebracht dat beweeglijk is t.o.v. beide plaatjes.

Op het einde van de operatie wordt meestal een buisje (drain) in de wonde gelegd om gedurende de eerste 24-48 uur eventueel resterend bloed af te zuigen. De wonde wordt gesloten en de patiënt wordt op de rug in bed gelegd. Na het ontwaken in de ontwaakzaal (recovery) mag de patiënt dezelfde dag terug naar zijn kamer in het Bewegings- en Zenuwcentrum.

Na de operatie

  • De patiënt heeft een infuus en een blaassonde om de urine af te voeren. Deze sonde en het infuus worden na 2-3 dagen verwijderd.
  • Na de ingreep zal de patiënt rugpijn hebben en pijn in de buikwand. Hiervoor worden pijnstillers toegediend.
  • De eerste 24 uur kan ook misselijkheid optreden.
  • De werking van de darmen is kort na de ingreep vertraagd (door de verdoving); daarom kan de patiënt de eerste dag geen gewone maaltijd nemen.
  • Het plassen en/of de ontlasting kunnen de eerste dagen wat moeilijk gaan. De verpleging zal dit opvolgen.
  • Eén of twee dagen na de ingreep mag de patiënt uit bed komen en een korte afstand stappen. Hierbij wordt een korset gedragen waarvan de maat voor de ingreep genomen werd.
  • Wanneer de patiënt in staat is een volledige gang in het ziekenhuis op en af te stappen en een trap te bestijgen/af te dalen, mag hij/zij naar huis. Meestal is dit na 4 ˆ 6 dagen.
  • De eerste 6 weken is het de patiënt verboden een voorovergebogen staande houding aan te nemen en voorwerpen onder het niveau van de gordel op te rapen. Dit houdt in dat de meeste dagelijkse bezigheden in die periode onmogelijk zijn. Na deze 6 weken zal geleidelijk aan het activiteitsniveau worden verhoogd. Meestal is na een viertal maanden een normale activiteit toegestaan. Het is daarbij normaal dat de eerste weken of maanden af en toe een pijnstiller nodig is.

Opvolging na de operatie

  • Na de ingreep zal u door uw huisarts n door uw specialist gevolgd worden.
  • Een controle raadpleging bij de specialist wordt meestal voorzien na 6 weken, na 3 maanden, na 6 maanden en na 1 jaar.
  • Telkens zal men een nieuwe radiografie nemen.
  • In geval van krachtverlies zal u ook kinesitherapie krijgen om het herstel te versnellen.

Mogelijke verwikkelingen

Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico's en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico's tot een minimum te herleiden.

  • Infectie : Zoals na elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terechtkomen en een infectie veroorzaken.Indien de infectie zich in de diepte (ter hoogte van de wervels) bevindt zal bijna zeker het aaneengroeien van de wervels grondig worden verstoord. Er is dan meestal een tweede ingreep en een langdurig verblijf (enkele weken tot meerdere maanden) in het ziekenhuis nodig.Een meer oppervlakkige infectie kan wondproblemen met zich meebrengen, doch dit kan op enkele dagen tot weken opgelost worden.Om een infectie zo veel mogelijk te voorkomen krijgt nagenoeg iedere patiënt de eerste dag van de ingreep antibiotica via een infuus (een baxter).
  • Loskomen van de componenten : Wanneer de metalen verankering plaatjes niet vastgroeien in de wervels of wanneer het sferisch element zich verplaatst t.o.v. de metalen verankering plaatjes, zal de patiënt meer pijn ontwikkelen. Een nieuwe ingreep is dan aangewezen. De prothese dient dan te worden verwijderd, gevolgd door een fusie-ingreep.
  • Tijdelijke zenuwuitval : Tijdens de operatie dient de chirurg het ruggenmerg en de zenuwen te manipuleren. Dit kan leiden tot een tijdelijke zenuwuitval met als gevolg een verminderde kracht of gevoel in een arm. Deze zenuwuitval kan enkele dagen tot meerdere maanden duren.
  • Nabloeding : Soms treedt er een nabloeding op. In dit geval kan het bloed zich in de wonde opstapelen en een druk op het ruggenmerg gaan veroorzaken. Het is dan noodzakelijk de wonde terug open te maken. Meestal treedt deze verwikkeling op de eerste drie ˆ vier dagen. Hierdoor kan uw verblijf in het ziekenhuis enkele dagen verlengd worden, doch het verloop van uw herstel zal onveranderd blijven
  • Algemene verwikkelingen : Door een langere periode van stilliggen kan zich een klonter vormen in een ader van het been waardoor de ader kan ontsteken en verstoppen. Men spreekt dan van flebitis (aderontsteking). Om dit te voorkomen zal de verpleging u stimuleren zo snel mogelijk na de ingreep uit uw bed te komen. De verpleging zal u ook onderhuidse spuitjes geven in de buik en u spannende kousen laten aantrekken.
 

DYNAMISCHE STABILISATIE VAN DE WERVELZUIL

 

Een alternatieve manier om de stevigheid te herstellen/behouden.

Klassiek bestond er maar één “universele” manier om een verlies van stevigheid van een wervelzuil segment te herstellen en dat was de fusie-operatie, ttz. het vastmaken van de wervels aan elkaar. Deze operatie werd vooral gebruikt om de ultieme stadia van slijtage van de wervelzuil te behandelen, alsook om de gevolgen van aangeboren afwijkingen die “losse” schakels veroorzaken tegen te gaan. Tevens gebruikte men de fusie voor de behandeling van de gevolgen van ongevallen, tumoren, etc…, alle oorzaken van het verlies van stevigheid en/of draagkracht van de wervelkolom.

Logisch gevolg van een dergelijke fusie-operatie is echter de verstijving van een deel van de wervelzuil. Op die manier bekomt men natuurlijk de ultieme stevigheid van het betrokken segment, maar veroorzaakt men logischerwijze ook gevolgen voor de bewegingsmogelijkheid van de wervelkolom. Hierdoor valt het te verwachten (alhoewel dit nooit eenduidig bewezen werd) dat er een nadelig effect kan ontstaan op de nabijgelegen schakels, die de gevolgen van de veranderde bewegingsmogelijkheid noodzakelijkerwijze mee moeten opvangen. Vooral bij jongere mensen kan dit dan ook zijn gevolg hebben op middellange tot lange termijn. Alhoewel de fusie operatie ondertussen zijn nut bewezen heeft, met goede resultaten in 80 tot 85% in de handen van een ervaren chirurg, werd de laatste jaren actief gezocht naar alternatieven voor deze ingreep.

Sinds 1999 hebben we in België de beschikking over een alternatieve behandelingsmethode die voor sommige problemen een oplossing kan bieden, zonder het vastzetten van een wervelsegment. Deze methode maakt gebruik van een “dynamische” en dus beweeglijke verbinding tussen de aanpalende wervels, waardoor de verstijving van het betrokken segment vermeden wordt. De geopereerde verbinding behoudt hierdoor zijn beweeglijkheid, terwijl de draagkracht en de stevigheid toch die van het originele segment benadert. Hierdoor kunnen hopelijk de gevolgen op langere termijn voor de aanpalende segmenten verminderd worden.

Bij deze ingreep maakt men gebruik van een elastische verbinding tussen de wervels. Zoals ook voor een fusie operatie meestal het geval is worden de wervels in kwestie gefixeerd met schroeven. Tussen deze schroeven komt dan een kabel met eromheen een elastisch element, dit in tegenstelling tot de fusie, waar de schroeven zullen verbonden worden door een staaf of een plaat.

 
De materialen die hiervoor worden gebruikt werden getest in het labo en zouden, wanneer ze op de wervelzuil staan, een stevigheid geven die de stevigheid van een normaal wervelsegment benadert. Om dergelijke stevigheid te kunnen geven behoeven deze implantaten echer de aanwezigheid van een tussenwervelschijf én van twee facetgewrichtjes. Met andere woorden, het implantaat is niet ontwikkeld als een “gewrichtsvervangende prothese”, en kan dus niet gebruikt worden als bijvoorbeeld door vorige operaties of door de ziekte die behandeld wordt, één van deze elementen ontbreekt. Voorlopig is als enige implantaat de DYNESYS beschikbaar, ontwikkeld en verdeeld door Zimmer Spine.
 

Het gebruik van een dynamische stabilisatie heeft een aantal voordelen:

  • door het behoud van de beweeglijkheid op het geopereerde deel van de wervelzuil, zullen de gevolgen voor de rest van de wervelzuil minder ingrijpend zijn. Hierdoor kunnen eventuele nieuwe problemen op andere niveau’s voorkomen worden.
  • Door het feit dat de geopereerde schakel niet moet “vastgroeien” zoals dit bij een fusie het geval is, kan de patiënt veel vroeger na zijn operatie actief beginnen worden, waardoor het herstel vlotter verloopt. Meestal kan enige activiteit toegelaten worden vanaf een zestal weken na de operatie.
  • Vermits men in principe door het plaatsen van de dynamische stabilisatie niets moet beschadigen aan de structurele elementen van het wervelsegment (de tussenwervelschijf en de facetgewrichten), kan men nadien nog alle kanten op, moest het resultaat van de operatie om één of andere reden (bijvoorbeeld als zich een verwikkeling zou voordoen) niet voldoet aan de verwachtingen. De opties om over te gaan tot een fusie, een discusprothese, het opnieuw verwijderen van de dynamische stabilisatie, etc, blijven open.
  • De dynamische stabilisatie kan worden gebruikt wanneer de botkwaliteit begint te verminderen door bijvoorbeeld de leeftijd. Vermits de montage een deel van de krachten zal absorberen, komt er minder kracht op de schroeven, en hebben deze minder de neiging om los te komen in het bot.
 

Zoals elke andere techniek heeft de dynamische stabilisatie ook enkele nadelen:

  • Zoals reeds aangehaald behoeft het systeem de aanwezigheid van de normale structurele elementen van het wervelsegment, zodat het niet kan gebruikt worden wanneer de stevigheid van het segment té sterk verminderd is. Hierdoor kunnen een belangrijk aantal problemen nog niet met een dynamische oplossing worden behandeld.
  • Het verdwijnen van de pijnklachten na een dergelijke operatie heeft meestal meer tijd nodig dan na bijvoorbeeld een fusie operatie, vermits de pijnlijke stukken van de wervelzuil (bijvoorbeeld de discus en/of de facetgewrichten) ter plaatse worden gelaten, waardoor ze soms nog een tijd pijn kunnen veroorzaken. Het is dan ook niet uitzonderlijk dat de patiënt na de operatie nog een zestal maanden geheel of gedeeltelijk zijn/haar pijnklachten behoudt.
  • Niemand weet voorlopig wat de resultaten van dergelijke operaties zullen zijn op de langere termijn (tien of twintig jaar). Vooral omdat het implantaat blijvend belast wordt blijft de kans bestaan op het ontstaan van problemen (bijvoorbeeld het loskomen van het materiaal), hetgeen na een geslaagde fusie-operatie niet het geval is. Voordeel echter is dat, zoals reeds gezegd, alle opties open blijven.

De problemen waarvoor een dynamische stabilisatie kan worden gebruikt zijn:

  • Het verslijten van een schakel in de wervelzuil, zolang het verlies aan stevigheid nog niet te belangrijk is.
  • Het versneld ouder worden van een schakel boven of onder een vroegere fusie of aangeboren afwijking
  • Het versneld ouder worden van een schakel door een aangeboren afwijking of neiging tot versneld verslijten van de gewrichten.
  • Om te voorkomen dat een operatie een schakel instabiel zou maken (bijvoorbeeld wanneer delen van de wervelzuil moeten verwijderd worden om het ruggemerg of de zenuwen meer ruimte te geven.