INFORMATIE KNIE

 

Lees meer over

 

 

 

 

 

 

 

 


REVALIDATIE NA EEN KNIEPROTHESE

 

Na de operatie

  • De kinesitherapeut controleert de ademhaling en geeft indien nodig ademhalingsoefeningen.
  • Het is van belang zo snel mogelijk het nieuw kniegewricht in beweging te brengen om later een zo groot mogelijke functionaliteit te hebben. Dit kan echter wel gepaard gaan met wat pijn. Indien deze pijn te sterk aanwezig is kunnen extra pijnstillers gegeven worden.
  • Er wordt gebruik gemaakt van CPM. Dit is een toestel dat de knie geleidelijk zal plooien en strekken.
    Vanaf de eerste dag na de operatie wordt gestart met gangrevalidatie (dit is het streefdoel). De patiënt zal eerst leren stappen met een looprek op de kamer. Nadien zullen de kinesitherapeutische oefeningen doorgaan in een oefenzaal.
  • De patiënt draagt best aan gepast schoeisel (een gesloten pantoffel of een lichte sportschoen).

 

1. Te vermijden bewegingen

  • Voor de prothese zelf kunnen er eigenlijk geen verkeerde bewegingen uitgevoerd worden. Patiënten die echter hun knie nog niet ver kunnen plooien moeten opletten bij bewegingen die een grotere plooiing vereisen (bv gaagn zitten). Bij het bruusk uitvoeren van deze beweging kan pijn optreden.

 

2. Basisbewegingen

a. Liggen

  • een deel van de dag moet het been goed gestrekt liggen
  • er mag geen kussen in de kniekuil geplaatst worden

b. Zitten en opstaan

  • de patiënt dient, tijdens het zitten, de knie regelmatig zo ver mogelijk trachten te plooien
  • om recht te komen wordt best gebruik gemaakt van de armleuningen van de stoel of zetel

c .
Bukken
  • Indien men nog niet voldoende door de knie kan buigen kan men zich best als volgt bukken:
  • steek het geopereerde been naar achter en buig door het goede been
  • steun indien mogelijk met de hand aan de geopereerde zijde op een stoel of tafel; met uw vrije hand kan kan zonder problemen iets van de vloer opgeraapt worden


d. Gaan

  • tijdens het gaan mag onmiddellijk wat meegesteund worden op het geopereerde been
  • in het begin maakt de patiënt gebruik van een looprek, daarna van twee krukken en vervolgens van slechts één kruk die langs de niet geopereerde zijde gehanteerd wordt

e. Trappen op- of afgaan

  • indien de patiënt nog met twee krukken dient te stappen mogen geen trappen gedaan worden
  • vanaf het moment dat de patiënt met één of zonder krukken loopt mag hij de trappen als volgt doen:

Trap op

  • met één hand wordt de leuning vastgenomen; de andere hand steunt op de kruk
  • de voet van het niet-geopereerde been wordt nu op de eerste trede geplaatst waarbij men goed op
    beide armern steunt
  • vervolgens kan de voet van het geopereerde been bijgetrokken worden
  • als laatste wordt de kruk op dezelfde trede geplaatst

Trap af

  • men neemt de leuning vast en plaatst de kruk één trede lager
  • vervolgens plaatst men de voet van het geopereerde been op deze trede
  • als laatste wordt de voet van het niet-geopereerde been naast de andere voet geplaatst

 

3. Activiteiten van het dagelijse leven

a. Persoonlijke verzorging

  • kousen aantrekken kan het best met behulp van een kousenaantrekker (te verktijgen in de handel)
  • schoenen aantrekken kan het best met behulp van een lange schoenoptrekker
b. Huishoudtips
  • langdurig rechtstaan dient vermeden; bij huishoudelijk werk (bv strijken, aardappelen schillen etc.) dient men zoveel mogelijk te zitten (best op een hoge stabiele kruk)
  • men maakt het best zoveel mogelijk gebruik van hulpmiddelen (bv boodschappenwagentje, stoffer en vuilblik met een lange steel etc.)
  • kasten en laden die dagelijks gebruikt worden dienen binnen handbereik te zijn

c. Verplaatsingen buitenshuis # Fietsen

  • fietsen kan gestart worden eens er voldoende steunname is
  • eerst oefenen op een hometrainer, nadien op een damesfiets
d. Verplaatsingen buitenshuis # Autorijden
  • autorijden kan gestart worden eens er voldoende steunname is en vlot gestapt kan worden
  • bij het instappen plaatst men eerst de autozetel en rugleuning naar achter; daarna gaat men zitten op de
    zetel om vervolgens de beide benen en de romp gelijktijdig in de auto te brengen (om makkelijker te
    draaien kan eventueel een plasiek zak op de autostoel geplaatst worden)
  • bij het uitstappen brengt men eerst de benen en de romp samen uit de auto waarna men kan gaan
    rechtstaan (hierbij steunt men best aan de portierstijl of aan het dashboard en de zetel)

e. Sport

  • zwemmen, fietsen en wandelen zijn aangewezen sporten
  • niet in overdreve mate

 

4. Tips bij het ontslag

a. Krukken

  • worden best alvorens ontslagen te worden uit het ziekenhuis geleend bij het ziekenfonds, de apotheker, het wit-gele kruis of bij een andere uitleendienst
  • het ziekenhuis stelt geen krukken ter beschikking om mee te nemen naar huis

b. Bij twijfel

  • geleidelijk aan mogen de dagelijkse activiteiten weer hervat worden
  • bij twijfel of een bepaalde activiteit mag uitgeoefend worden dient de behandelende arts of kinesist geraadpleegd te worden
 

ARTROSCOPIE VAN DE KNIE

 

Inleiding

Arthroscopie is het vaststellen en behandelen van knieletsels (vooral meniscusletsels, kraakbeenletsels, plicae en ligamentaire letsels) dmv een kijkbuis (artroscoop) met beeldprojectie op een TV scherm.Onder algemene of plaatselijke verdoving (epiduraal of rachi) worden twee of drie kleine insneden (portae) in het kniegewricht gemaakt, waarna met de artroscoop het kniegewricht geïnspecteerd wordt.De hele procedure wordt verricht met kleine tangetjes en elektrische instrumenten. Een belangrijk voordeel voor de patiënt is dat de ingreep gebeurt via daghospitalisatie zodat reeds in de namiddag het ziekenhuis verlaten kan worden.

Nazorg # Op afdeling

  • Revalidatie onder kinesitherapeutische begeleiding

Nazorg # Thuis

  • Revalidatie en oefentherapie
  • Regelmatige ijsapplicaties
  • Verwijderen hechtingen na twaalf dagen
  • Hervatten van beroepsactiviteiten en sport is afhankelijk van de indicatie en verrichtte behandeling
 
MENISCUS EN GEWRICHTSBANDLETSELS

Inleiding

 

Het kniegewricht wordt gevormd door het onderste deel van het dijbeen (femur), het bovenste uiteinde van het scheenbeen (tibia) en de knieschijf (patella). Het kniegewricht omvat in feite twee gewrichten: het gewricht tussen scheenbeen en dijbeen (tibio-femoraal gewricht) en het gewricht tussen knieschijf en dijbeen (patello-femoraal gewricht). De harde beenderige uiteinden van de knie zijn bedekt met zacht kraakbeen waardoor een vlotte glijding en een normale beweeglijkheid mogelijk is.

De knieligamenten omvatten de kruisbanden en de gewrichtsbanden. De kruisbanden zorgen voor de stevigheid van de knie in her voorachterwaartse vlak. De voorste en de achterste kruisband beletten namelijk dat het scheenbeen naar voor, respectievelijk naar achter, beweegt ten overstaan van het dijbeen. De gewrichtsbanden zorgen voor de stabiliteit van de knie in het frontale vlak. De mediale gewrichtsband geeft de knie stabiliteit aan de binnenzijde en de laterale gewrichtsband aan de buitenzijde van de knie

 

 

De menisci zijn in bovenaanzicht semi-circulair en in doorsnede wigvormig. Zij verzorgen de aanpassing van de bolvormige oppervlakten van scheenbeen en dijbeen, vergroten de contactoppervlakten en zijn schokabsorberend.

Meniscusletsels

  • Ontstaan : De meniscus kan gekwetst worden door sportongevallen. Dikwijls is dit dan gecombineerd met een voorste kruisbandletsel. Meer frekwent echter zijn degeneratieve meniscusscheuren. Deze worden veroorzaakt door leeftijdsgebonden verzwakking en slijtage van de meniscus.
  • Symptomen : Aangezien de meniscus vaak gescheurd wordt door draaibewegingen, wordt een plotse “knak” gevoeld. Meestal kan men nog steunen op de gekwetste knie en soms zelfs nog verder sporten. Na een tijdje voelt de knie echter pijnlijk en gespannen aan. Er kan ook vochtuitstorting optreden, resulterend in zwelling en stijfheid. Andere frekwente klachten zijn doorzakkingsgevoel, verspringinggevoel en blokkages.
  • Diagnose : De ziektegeschiedenis en een goed onderzoek door de geneesheer laten meestal toe om de diagnose van meniscusletsel te stellen. Radiografisch onderzoek is soms aangewezen om andere oorzaken van kniepijn uit te sluiten. Artro - CT scan en NMR scan kunnen eveneens nuttige informatie geven.

 

  • Behandeling # Conservatief : De initiële behandeling van meniscusletsels volgt de principes van de RICE formule (rest, ice, compression, elevation).
    Ontstekingswerende en pijnstillende medicatie kan aangewezen zijn.
  • Behandeling # Operatief : Indien de klachten met conservatieve behandeling niet beteren zal men operatief ingrijpen. Het type van de meniscusscheur, de combinatie met eventuele andere letsels (bv voorste kruisbandscheur), de leeftijd en andere factoren bepalen welke operatie de dokter zal verrichten.
    Meestal wordt het gescheurd meniscusgedeelte verwijderd (link arthroscopie), soms is het echter mogelijk dat de meniscusscheur gehecht wordt.

Voorste kruisbandletsels

  • Ontstaan : Voorste kruisbandletsel zijn meestal het gevolg van sportongevallen en worden veroorzaakt door bv plots van richting te veranderen, neer te komen na een sprong of door direct contact (voetbaltackle).
  • Symptomen : Plotse pijn en een gevoel van door de knie te gaan zijn typerend. De volgende uren kan de knie sterk opzwellen als gevolg van bloeduitstorting in het gewricht.
  • Diagnose : De diagnose van een VKB letsel is gebaseerd op een grondig onderzoek van de knie. Dit onderzoek omvat specifieke testen die nagaan of de knie stabiel blijft onder druk vanuit verschillende richtingen. NMR scan en arthroscopie laten toe de kruisbandscheur te visualiseren en tonen ook mogelijks geassocieerde letsels (menisci, gewrichtsbanden, kraakbeen).

 

 

  • Behandeling # Conservatief : Conservatieve behandeling kan worden toegepast bij oudere patiënten met een lagere activiteitsgraad of wanneer de kniestabiliteit toch nog voldoende lijkt. Een specifiek behandelingsschema is gebaseerd op spierversterkende oefeningen, in associatie met een kniebrace.
  • Behandeling # Operatief : Operatief ingrijpen gebeurt arthroscopisch. De gescheurde kruisband is meestal in flarden zodat een rechtstreekse hechting niet mogelijk is. Een deel van een pees (kniepees of hamstrings) wordt dan gebruikt om de kniestabiliteit te herstellen (link VKB met patellapeesgeffe).

 

Achterste kruisbandletsels

  • Ontstaan : Achterste kruisbandletsels zijn minder frequent dan voorste kruisbandletsels en zijn meestal het gevolg van een slag op de voorzijde van de knie of van een verkeersongeval. Het scheenbeen zakt naar achter t.o.v. het dijbeen, waardoor kraakbeenletsels en artrose kunnen optreden.
  • Behandeling : Specifieke oefentherapie is aangewezen en resulteert meestal in goede resultaten. Chirurgische behandeling is enkel nodig indien de knie zeer onstabiel is en wanneer de kruisband beenderig losgerukt is van het scheenbeen

Gewrichtsbandletsels

  • Ontstaan : Gewrichtsbandletsels doen zich vooral voor aan de binnenzijde van de knie en dit door door een plotse uitwendige kracht op de buitenzijde van de knie. Hierdoor kan de binnenste gewrichtsband gedeeltelijk of volledig inscheuren.
  • Behandeling : Gedeeltelijke scheuren worden initieel behandeld volgens het RICE principe, gecombineerd met oefentherapie om de kniebeweeglijkheid en de spierkracht te behouden. Volledige scheuren worden meestal operatief behandeld, vooral als er bijkomende letsels aan de kruisbanden zijn.
 

HERSTEL VAN DE VOORSTE KRUISBAND MET PATELLAPEESGREFFE

Ingreep

  • Indicatie : voorste kruisbandscheur
  • Doel : herstellen van de kniestabiliteit door middel van reconstructie van de voorste kruisband met patellapeesgreffe
  • Procedure :
    • het centrale derde van de patellapees, met beenblokje van scheenbeen en knieschijf, wordt, via twee kleine incisies, losgemaakt
    • na artroscopische inspectie van de knie en eventuele behandeling van meniscus en/of kraakbeenletsels, worden in de knie twee tunnels gemaakt, uitkomend op de anatomische aanhechting van de voorste kruisband
    • de patellapeesgreffe wordt doorheen deze tunnels geleid, zodat de pees de nieuwe kruisband vormt en de beenblokjes in de tunnels kunnen verankerd worden dmv schroefjes, krammen of autoblokkage

 

 

Hospitalisatieduur

  • één à twee dagen; eens de knie voldoende ontzwollen en beweeglijk is

 

Nazorg # Op afdeling

  • operatiedag
    • aanleggen van een antalgische gipsspalk
  • postoperatief
    • verwijderen gipsspalk
    • gangrevalidatie met krukken, steunname toegelaten (as soon as possible - asap)
    • mobilisatieoefeningen, co-contracties
    • CPM toestel
    • ijsapplicaties
    • knie brace

 

Nazorg # Thuis

  • verdere oefentherapie
  • progressieve steunname, streefdoel volledige steunname 2 à 3 weken
  • kniebrace gedurende 2 à 6 weken
  • fietsen, zwemmen asap
  • lopen na 2 à 3 maand
  • voetbal, tennis, basket etc. na 3 à 4 maand
 

KNIEPROTHESE

Inleiding

De knie is een scharniergewricht tussen het onderste deel van het dijbeen (femur) en het bovenste uiteinde van het scheenbeen (tibia). Dit gewricht is bedekt met glad kraakbeen waardoor een vlotte glijding en een normale beweeglijkheid mogelijk is. Dit kraakbeen kan afslijten door artrose, rheumatische ontstekingen en traumata (ongevalen, breuken), waardoor de knie stijf en pijnlijk wordt en mettertijd ook kan misvormen. Indien de hinder te uitgesproken wordt en niet meer reageert op medicatie, rust, infiltraties etc. kan knieprothese chirurgie overwogen worden.

 

 

Dit is een chirurgische ingreep waarbij het zieke kniegewricht vervangen wordt door een kunstgewricht. Dit kunstgewricht omvat een metalen hoes (geplaatst op het distale femur), een metalen plaatje (geplaatst op de proximale tibia) en een zachtere plastic (polyethyleen) die tussen beide metalen componenten wordt geplaatst. In sommige gevallen plaatst men ook nog een plastic schijfje op de knieschijf.

 

 

 

 

Knieprothesen worden meestal in het bot bevestigd door middel van beenderlijm (cement of methylmetcrylaat), sommige prothesen zijn echter bekleed met een poreuse laag die botingroei toelaat. Traditioneel wordt een knieprothese ingebracht via een insnede van 15 à 20 cm aan de voorzijde van de knie. Tegenwoordig zijn er echter ook modernere technieken zoals MIS (minimal invasive solutions) en CAOS (computer assisted orthopaedic surgery) die het mogelijk maken om via kleinere incisies de componenten van de prothese optimaal te plaatsen zodat de patiënt minder pijn heeft en sneller herstelt.

 

 

 

 

Naast de totale knieprothese, waarbij het volledige kniegewricht vervangen wordt, is er ook de gedeeltelijke (unicondylaire) knieprothese waarbij alleen de zieke binnen- of buitenkant van de knie wordt vervangen.

 

 

 

 

Pre- en per-operatief

Vooraleer over te gaan tot operatie wordt, naast een grondig onderzoek van de knie, steeds een hart- en bloedonderzoek verricht evenals een foto van de longen genomen. Nakijken van medicatie is belangrijk omdat bv bloedverdunners en ontstekingsremmers dienen te worden aangepast.

Gedurende de operatie is het mogelijk dat er zich bloedklonters in het been vormen waardoor flebitis en logembolie kan optreden. Om dit te voorkomen draagt de patient speciale kousen en krijgt hij de eerste weken bloedverdunners. Andere risisco’s tijdens de operatie omvatten infectie, zenuwletsels en laattijdig loskomen van de prothese. Uiteraard worden alle maatregelengenomen om deze risico's te beperken.

Post-operatief

Omdat 50% van het succes van de ingreep bepaald wordt door de revalidatie is het uitermate belangrijk dat de patient zo snel mogelijk zijn spieren gebruikt, de knie beweegt en terug te been is. Om deze doelstellingen te realiseren wordt hij begeleid door een professioneel team van kinesisten die een specifiek oefenprogramma op punt stellen (link revalidatie na een knieprothese).

Het verblijf in het ziekenhuis duurt 5 à 10 dagen. Ook nadien is nog intense oefentherapie aangewezen!